Als je kind voelt wat niet van hem of haar is
Je haalt je kind op van school. Zodra het in de auto stapt, merk je dat er iets anders is. Je kind is stil, prikkelbaar of juist ontzettend verdrietig.
“Hé, wat is er gebeurd vandaag?”
“Niks.”
Later hoor je dat er ruzie was in de klas. Niet eens met jouw kind, maar tussen twee andere kinderen.
Toch lijkt het alsof jouw kind de spanning mee naar huis heeft genomen.
Of misschien herken je dit: je hebt zelf een drukke dag gehad. Je probeert thuis gewoon gezellig te doen, maar je merkt dat je kind onrustig wordt. Het stelt ineens veel vragen, zoekt voortdurend je aandacht of vraagt:
“Mama, ben je boos?”
Terwijl je helemaal niet boos bent. Je bent gewoon moe.
Sommige kinderen zijn ontzettend gevoelig voor de emoties en sfeer om hen heen. Ze merken kleine veranderingen op, voelen spanning aan en kunnen zich sterk betrokken voelen bij wat anderen meemaken.
Maar hoe help je een kind dat zoveel van anderen aanvoelt?
En hoe leer je je kind dat het niet alles hoeft te dragen wat het voelt?
Wanneer je kind de sfeer haarfijn aanvoelt
Je kent misschien wel van die momenten waarop je ergens binnenkomt en meteen merkt dat er iets speelt.
Niemand zegt iets, maar de sfeer voelt anders.
Kinderen kunnen dit ook ervaren. Sommige kinderen zijn bijzonder opmerkzaam als het gaat om gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal, stemgebruik en veranderingen in gedrag.
Een zucht van de juf. Een verdrietig vriendje. Ouders die een moeilijk gesprek voeren. Of een klasgenoot die boos is.
Waar het ene kind hier nauwelijks bij stilstaat, kan een ander kind er nog uren mee bezig zijn.
Waarom was de juf boos?
Heb ik misschien iets verkeerd gedaan?
Zou mijn vriendje nog verdrietig zijn?
Is mama boos op mij?
Het kind neemt niet letterlijk de emoties van anderen over. Maar door sterk mee te leven, spanning op te merken en erover na te denken, kan het zelf ook emoties en lichamelijke spanning ervaren.
En soms is het lastig om onderscheid te maken tussen wat er bij een ander gebeurt en wat je zelf voelt.
Het verschil tussen meevoelen en overnemen
Meevoelen is een prachtige eigenschap.
Het helpt kinderen om rekening te houden met anderen, vriendschappen op te bouwen en betrokken te zijn bij de wereld om hen heen.
Maar er is een verschil tussen meeleven met iemand en je verantwoordelijk voelen voor hoe die ander zich voelt.
Stel je voor: Een vriendinnetje is verdrietig omdat ze ruzie heeft gehad.
Je kind merkt dat op en gaat naast haar zitten.
“Zal ik even bij je blijven?”
Dat is meevoelen.
Maar stel dat jouw kind de rest van de dag verdrietig blijft, voortdurend nadenkt over hoe het vriendinnetje zich voelt en het idee heeft dat het ervoor moet zorgen dat zij weer gelukkig wordt.
Dan kan de betrokkenheid behoorlijk zwaar worden.
Je mag verdriet van een ander zien, zonder dat het jouw verantwoordelijkheid wordt om dat verdriet op te lossen.
Dat is een belangrijke les. Niet alleen voor kinderen, maar misschien ook wel voor ons als volwassenen.
Waarom sommige kinderen hier gevoeliger voor zijn
Niet ieder kind reageert hetzelfde op emoties van anderen.
Dat heeft onder andere te maken met temperament, ervaringen, ontwikkeling en de omgeving waarin een kind opgroeit.
Bij sommige hooggevoelige kinderen zie je dat ze veel details waarnemen en uitgebreid nadenken over sociale situaties.
Ze merken bijvoorbeeld kleine veranderingen in iemands stem op of blijven langer bezig met een gebeurtenis die indruk heeft gemaakt.
Maar hooggevoeligheid betekent niet automatisch dat een kind emoties van anderen overneemt. En andersom hoeft een kind dat sterk op anderen reageert niet hooggevoelig te zijn.
Wat vooral belangrijk is, is kijken naar jouw kind.
Wat merkt het op? Wat doet dat met je kind? En hoeveel invloed heeft het op zijn of haar eigen welzijn?
Want gevoeligheid hoeft geen probleem te zijn.
Het wordt vooral lastig wanneer je kind zichzelf uit het oog verliest.
Als je kind zich verantwoordelijk voelt voor jouw emoties
Dit vind ik een belangrijk onderwerp.
Want kinderen voelen soms haarfijn aan wanneer wij als ouders niet lekker in ons vel zitten.
Misschien heb je een vervelende dag gehad. Je bent moe, gestrest of verdrietig.
Je kind vraagt:
“Mama, wat is er?”
Je antwoordt:
“Niets hoor, alles is goed.”
Maar ondertussen ziet je kind dat je anders reageert, minder lacht of stiller bent dan normaal.
Voor sommige kinderen kan dat verwarrend zijn.
Ze merken dat er iets speelt, maar begrijpen niet precies wat. En wanneer kinderen geen duidelijke verklaring hebben, kunnen ze zelf een verhaal bedenken.
Heb ik iets verkeerd gedaan?
Is mama boos op mij?
Moet ik extra lief zijn zodat mama weer blij wordt?
Daarom kan het helpen om op een eenvoudige, leeftijdsgerichte manier eerlijk te zijn.
Bijvoorbeeld:
“Mama heeft vandaag een drukke dag gehad en is een beetje moe. Dat heeft niets met jou te maken. Ik ga straks even rustig zitten en dan voel ik me waarschijnlijk weer wat beter.”
Je hoeft je kind niet te belasten met volwassen problemen.
Je laat juist zien dat gevoelens er mogen zijn én dat volwassenen zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun emoties.
Jij mag kind zijn. Ik zorg voor mijn eigen gevoelens.
Dat geeft duidelijkheid en kan voorkomen dat een kind onnodig verantwoordelijkheid op zich neemt.
Wat is van mij en wat is van de ander?
Wanneer kinderen sterk reageren op de gevoelens van anderen, kan het helpen om samen te onderzoeken wat er precies gebeurt.
Niet door meteen te vertellen wat ze wel of niet moeten voelen.
Maar door nieuwsgierig te worden.
Stel dat je kind thuiskomt en verdrietig is omdat een vriendje een moeilijke dag had.
Je kunt vragen:
“Ik hoor dat je vriendje verdrietig was. Hoe was dat voor jou?”
Misschien vertelt je kind dat het daar zelf ook verdrietig van werd.
Dan kun je samen onderzoeken:
“Ben je verdrietig omdat er iets met jou is gebeurd, of omdat je het vervelend vindt voor je vriendje?”
Beide gevoelens mogen er zijn.
Het doel is niet om het verdriet weg te nemen, maar om je kind te helpen begrijpen waar het vandaan komt.
Want wanneer je leert herkennen wat van jezelf is en wat bij iemand anders hoort, wordt het gemakkelijker om betrokken te blijven zonder alles mee te dragen.
Je hoeft niet iedereen gelukkig te maken
Sommige kinderen hebben een sterke behoefte aan harmonie.
Ze vinden het moeilijk wanneer iemand boos, verdrietig of teleurgesteld is.
Misschien probeert jouw kind ruzies op te lossen. Het past zich aan om anderen tevreden te houden of zegt liever geen nee, omdat het bang is iemand teleur te stellen.
Dat kan voortkomen uit betrokkenheid, maar soms ook uit onzekerheid of de behoefte om spanning te voorkomen.
Daarom is het belangrijk om kinderen te leren dat ze niet verantwoordelijk zijn voor het geluk van iedereen om hen heen.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
“Wat lief dat je je vriendje wilt helpen. Maar jij hoeft zijn verdriet niet helemaal weg te maken.”
Of:
“Je mag rekening houden met anderen en tegelijkertijd voelen wat jij zelf nodig hebt.”
En misschien wel de belangrijkste:
“Je mag nee zeggen, ook wanneer iemand anders dat jammer vindt.”
Grenzen stellen betekent niet dat je minder lief of betrokken bent.
Het betekent dat je ook voor jezelf zorgt.
Een kleine oefening voor thuis: van wie is dit gevoel?
Deze oefening kun je samen met je kind doen wanneer het rustig is.
Pak twee vellen papier.
Schrijf op het eerste vel:
DIT VOEL IK
En op het tweede:
DIT VOELT DE ANDER
Denk samen terug aan een situatie waarin je kind sterk reageerde op iemand anders.
Bijvoorbeeld een vriendje dat verdrietig was.
Vraag je kind wat het bij zichzelf merkte.
“Wat voelde jij toen je zag dat je vriendje verdrietig was?”
Misschien voelde je kind verdriet, spanning of de behoefte om te helpen.
Schrijf of teken dat op het eerste vel.
Onderzoek daarna wat er bij het vriendje gebeurde.
“Wat denk je dat jouw vriendje voelde?”
Dat komt op het tweede vel.
Maak vervolgens samen onderscheid tussen wat je kind zelf ervoer en wat het bij de ander vermoedde. Je kunt immers nooit helemaal zeker weten wat een ander voelt zonder het te vragen.
Sluit af met twee vragen:
“Wat had jij op dat moment nodig?”
“Wat had je voor je vriendje kunnen doen, zonder dat jij zijn probleem hoefde op te lossen?”
Misschien was een knuffel voldoende. Misschien even luisteren. Of misschien kon je kind gewoon weer verdergaan met spelen.
Zo leert je kind dat het betrokken mag zijn, zonder zichzelf te vergeten.
Gevoeligheid is ook een prachtige kwaliteit
Wanneer een kind veel van anderen aanvoelt, zijn we soms vooral bezig met de moeilijke kanten.
De overprikkeling. Het piekeren. De spanning. Het voortdurend rekening houden met anderen.
Maar laten we vooral ook kijken naar de mooie kanten.
Een kind dat opmerkzaam is, betrokkenheid toont en zich goed kan inleven, heeft waardevolle kwaliteiten.
Die gevoeligheid hoeft niet te verdwijnen.
Je kind hoeft niet harder te worden, minder te voelen of zich af te sluiten voor anderen.
Het mag juist leren om die kwaliteiten te behouden en tegelijkertijd zijn eigen grenzen te herkennen.
Want je kunt zorgzaam zijn zonder jezelf weg te cijferen.
Je kunt meeleven zonder alles op te lossen.
En je kunt een ander begrijpen zonder verantwoordelijk te zijn voor hoe diegene zich voelt.
Een kleine uitnodiging voor thuis
Let de komende week eens op de momenten waarop je kind sterk reageert op de emoties van anderen.
Misschien na een drukke schooldag, wanneer iemand verdrietig is of wanneer er thuis spanning ontstaat.
Probeer niet meteen te zeggen:
“Trek het je niet zo aan.”
Of:
“Dat is toch niet jouw probleem?”
Want voor je kind voelt het op dat moment misschien wel degelijk als iets wat hem of haar raakt.
Probeer liever:
“Ik zie dat het je raakt. Wat gebeurt er bij jou als je ziet dat iemand anders verdrietig is?”
En onderzoek daarna samen:
“Wat kun jij voor die ander doen, terwijl je ook goed voor jezelf zorgt?”
Soms is dat luisteren. Soms een knuffel. Soms hulp vragen aan een volwassene.
En soms betekent het dat je kind gewoon weer verder mag met zijn eigen dag.
Je mag voelen, zonder alles te dragen
Een kind dat veel aanvoelt, heeft niet per se minder gevoeligheid nodig.
Het heeft ruimte nodig om zichzelf te leren kennen.
Om te ontdekken welke gevoelens bij hem of haar horen. Om grenzen te herkennen. En om te ervaren dat het niet verantwoordelijk is voor alles wat er om hem of haar heen gebeurt.
Je mag betrokken zijn.
Je mag meeleven.
Je mag voor anderen zorgen.
Maar je hoeft niet alles te dragen wat je voelt.
Binnen Lunavi holistisch kindertherapie kijk ik samen met kinderen en ouders naar wat er achter gedrag en emoties schuilgaat. We onderzoeken wat een kind ervaart, hoe het zijn eigen gevoelens en behoeften beter kan herkennen en wat het nodig heeft om met meer vertrouwen zichzelf te zijn.
Want een kind hoeft niet minder te voelen om sterker te worden.
Het mag leren dat er, naast alle aandacht voor anderen, ook ruimte is voor zichzelf.
Neem gerust contact op ↗